Verhalen uit Frankrijk

- Fred Visser, Pontaix, afv.peize@wolmail.nl

 

Zie ook: Herinneringen

Klas 1B Nr.12 Trein.jpg (439129 bytes)

Zie ook: Jeugdtekeningen

Het feest van de transhumance

Wat wij van de buurt waar wij wonen zo waarderen is een zekere “woestheid” van het landschap. Hoewel er best wegen zijn waarop je behoorlijk door kunt rijden met de auto, zie je overal vrij hoge bergen om je heen. Veel andere weggetjes hebben meer het karakter van: even hopen dat we geen grote tegenliggers zien.  Zo zijn we bijzonder trots op ons uitzicht op Le Glandasse”, de berg die achter het stadje Die (op 10 km van ons af) ligt. De Dôme van de Glandasse  heeft een hoogte van meer dan 2000 m.

Tussen twee andere bergen door, kunnen we die Dôme zien vanuit onze tuin. De zon komt achter de Glandasse op. Maar, vanaf het moment dat die zon er op begint te schijnen verandert van kwartier tot kwartier de kleur van de berg. Zilverig, goudkleurig soms. We krijgen er na al die jaren nog nooit genoeg van. Afhankelijk van omstandigheden als de vochtigheid van de lucht, en vlak voordat de zon achter de berg aan de andere kant (achter ons) weg zakt, wordt de Glandasse  soms helemaal rood! Voor gasten is dat altijd een bijzonder verschijnsel, dat echter slechts een paar minuten duurt.

Deze beschrijving van het landschap is bedoeld als eerste uitleg over iets heel anders, namelijk een jaarlijks feest dat de "Transhumance" wordt genoemd.

Omdat de bergen hoog zijn, kunnen de geiten en de schapen niet het hele jaar in de hoge weiden grazen. Pas bij het begin van de warme zomer worden ze in grote hoeveelheden de bergen in gestuurd met hun herders. Op die dag worden volgens de traditie  "alle" schapen door de belangrijkste straten van de stad Die gevoerd om daarna de bergen in te trekken. In 2006 was het op 24 Juni. Het ging deze keer om 2500 schapen en geiten.

Je moet niet te laat aanwezig zijn. Dat is om verschillende redenen:  Het gebeurt bijtijds in de ochtend, dus als vakantieganger ben je wellicht te laat, er komen voorts honderden mensen op af,  zodat de beste plaatsen al snel bezet zijn, en tenslotte: wanneer de dieren voorbij zijn is het in de straten niet meer zo gemakkelijk lopen. Na de passage loop je dan ook tot ver boven "zooldikte" door de poep. Dat wordt overigens ook wel weer schoon gemaakt, maar aanvankelijk is het goed uitkijken waar je de voeten neerzet.

Voorop de colonne gaat het symbool van de Transhumance, een grote pop (drie meter hoog) als een schaap, met achter zich een koffer waarin zogenaamd de artikelen voor het verblijf in de bergen meegenomen worden.

Omdat iedereen uit de hele buurt komt, zie je veel vrienden en kennissen. Dat leidt natuurlijk tot veel conversatie. Meestal eindigt dat allemaal op een van de vele terrassen in de stad, waar nog nagepraat  -gedronken wordt.

Gelukkig is het dan al snel weer tijd om te gaan eten. Ook daarvoor blijven we dan maar weer met vrienden in de stad.

Van dit fraaie feest maakten we een rijtje foto´s, die bijgevoegd zijn.

Het was de eerste keer dat we er zelf bij waren. Volgend jaar weer; zeker weten!

20070116


Clairette de Die

A. O. C. Clairette de Die Tradition,  A. O. C. Crémant de Die

Die, een stadje van 5000 inwoners in het Département “La Drôme” (26) tussen de zonnige Provence en de hoge Vercors, was ooit een belangrijke plaats. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de naam van een groot gebied in de  omgeving: Le Diois. De stad heeft een sous-préfecture. Verder was Die een centrum van de Reformatie, (Protestantisme). In La Drôme zijn nog steeds veel Protestantse gelovigen.

In de Diois wordt  Clairette de Die gemaakt. Vanaf de eerste keer dat wij er kwamen vielen ons tientallen bordjes op, waarop verkooppunten van Clairette de Die worden aangekondigd. Reden waarom we ons er een beetje in verdiepten. Gegevens voor dit verhaal werden ons verstrekt door vriendelijke medewerking van de Cave Cooperative “Jaillance” en door de Cave “Maillefaud”.

 

De (betrekkelijk kleine, zeggen ze zelf) Appelation d’Origine Contrôlé “Clairette de Die Tradition” bestaat sinds 1942. Het totale oppervlak van de per stuk vaak kleine vignes, in dalen tussen vrij hoge bergen bedraagt 1400 ha. Daarbij zijn de hoogstgelegen vignes van Frankrijk op 700 m. Met druiven van circa 1100 ha vignes in 32 dorpen, worden jaarlijks door 250  producteurs  zeven miljoen flessen van deze lichte, witte, mousserende wijn vervaardigd. De Cave Cooperative “Jaillance” in Die bestaat sinds 1950. Andere producteurs, sommigen verenigd in  eigen cooperaties, maken zelf hun Clairette de Die Tradition. Deze wijn is één van de oudste van Frankrijk. De Romeinse soldaten namen hem al mee naar huis in Italie. Belangrijkste landen voor de export van deze wijn zijn thans: Zwitserland, Belgie en Nederland. Cave Jaillance maakt voorts, ook in andere streken in het land, ook andere witte en rode wijnen, zoals de rode Châtillon-en-Diois en Crémants de Bordeaux en de Bourgogne.

Kenmerkend voor Clairette de Die Tradition is, dat die voor minstens 75% ontstaat uit met de hand geplukte (zoete) muscat-druiven. Tot hoogstens 25% mag de (zuurdere) Clairette-druif worden toegevoegd.

 

De familie Maillefaud in Barsac is een van proprietaires/recoltants met de gehele productie in eigen beheer. Van 14 hectares vignes vullen ze jaarlijks ongeveer 100.000 flessen. In 2005 werd hun wijn de Médaille d’Or toegekend door de Ministre de l’Agriculture, de l’Alimentation, de la Pêche et de la Ruralité. De heer Maillefaud leidde ons rond en vertelde veel over het bedrijf. Men maakt 3 soorten wijn: Clairette de Die Tradition, Crémant de Die en Coteaux de Die. De laatste telt hier verder niet mee, omdat het geen mousserende wijn is. Hun Clairette de Die Tradition wordt geheel gemaakt van de muscat-druif. Crémant en Coteaux daarentegen van de clairette-druif.

Het mousserende effect van Clairette de Die Tradition komt door koolzuurgas, dat tijdens de fermentage in de wijn ontstaat. Men werkt volgens de oeroude “Méthode Dioise Ancestrale”, waarbij vaten wijn tijdens de winter in de rivier werden gekoeld. Met moderne techniek kan men de productie nu nauwkeurig sturen. Het sap van de druiven wordt eerst in tanks gedaan. Dat sap bevat van nature suiker en gist.  Bij lage temperatuur zet de gist in vier weken langzaam suiker om in alcohol. Dit proces is de eerste rijping. Het percentage alcohol is laag, (5,5%) omdat de wijn gefilterd en gebotteld wordt vòòrdat alle suiker is omgezet. Op de fles begint de tweede rijping, die zes tot twaalf maanden duurt. Het alcohol-gehalte stijgt daarbij tot 7,5%. Na uitfilteren van “depôt”en definitief bottelen is de Clairette de Die gereed voor de verkoop. Deze wijn,  gemaakt dus zonder enige toevoeging aan de grondstoffen, heeft een bewaartijd van maximaal drie jaar. Door scherpe selectie van de druiven is het  mogelijk een aantal “kwaliteits-klassen” van de Clairette de Die Tradition te maken met eigen namen, die onderling in prijs verschillen.

 

Crémant de Die, gemaakt van 100% Clairette-druiven, volgens de “Méthode Traditionelle”, bevat meer alcohol, doordat de fermentage in de eerste rijping bij deze wijn wèl geheel is afgerond. Teneinde toch koolzuurgas te laten ontstaan, wordt aan Crémant de Die bij aanvang van de tweede rijping, die 9 maanden tot 5 jaar duurt, “liqueur de tirage” toegevoegd, waarin suiker en gist zitten. In die periode stijgt het alcohol-percentage tot 12%. Na de tweede rijping voegt men nog toe: “liqueur d’expédition”, bestaande uit sap uit hetzelfde jaar en geconcentreerde fruit-suikers. Door verschillende hoeveelheden ontstaan enkele smaken.

Crémant de Die kan aanzienlijk langer bewaard worden. 

Volgens onze zegslieden is bij de mousserende wijnen in Frankrijk géén sprake van overproductie.

Het aantal vignes wordt dan ook nog steeds uitgebreid.


Een gedoopte bétonnière

Kees en Trees zijn Hollanders, die nog nèt in ons dorp wonen, zij het verderop aan de overkant van de rivier. We kennen ze natuurlijk al jaren. We zien elkaar met een zekere regelmaat en van tijd tot tijd doen we (over en weer) een beroep op hulp en bijstand bij klussen die gedaan moeten worden. Kees is dan ook een super-doe-het-zelver, die nooit iets weggooit en dus alles in  voorraad heeft. Dat kan vooral bij een storing in een weekend erg praktisch zijn. Trees presenteert zichzelf als kunstenares. Ze schildert, danst en maakt muziek.

Al enkele jaren spreken Kees en Trees er over, dat ze eens naar Corsica willen. Dat heeft er zelfs toe geleid dat onze dochter (in Rotterdam) begin dit jaar bij reisbureaus etc. Een dikke stapel folders en bijpassende paperassen verzamelde, die ze aan ons opstuurde. Onze postbode toonde zich verbaasd over de dikte van het pakket en over de grote hoeveelheid postzegels die er kennelijk nodig waren geweest om die stapel naar ons toe te krijgen. Kees en Trees waren erg blij, want dit jaar ging het echt gebeuren: “We gaan naar Corsica!” Met dank aan onze dochter.

Korte tijd later belde Kees op. Hij wilde voor een klus bij hun huis graag even mijn aanhanger lenen. Hij had namelijk een betonmolentje nodig en dat zou niet in zijn auto passen. Maar wel op onze aanhanger. Nu was er bij een grote doe-het-zelf-keten een aanbieding van een betonmolen, die moest Kees dus snel aanschaffen. Zo gezegd, zo gedaan. Met onze auto plus aanhanger 50 kilometer gereden naar de bewuste winkel. De kleinste betonmolen was (natuurlijk) niet helemaal naar Kees’ zin, dus werd een grotere maat gekozen, gekocht en ingeladen.

Onderweg terug naar huis vroeg ik: “Als nu die klus geklaard is, gaan jullie dan naar Corsica?” “Ja, eindelijk gaat het door! We hebben nu goede documentatie. We maken al een plan wat we willen zien.” Zei Kees. De uitvoering van de klus (waarbij wij overigens niet direct betrokken werden deze keer) vroeg méér tijd dan was voorzien. Behalve dat: ook méér beton, méér onderdelen en méér geld. Op een avond werden we bij Kees en Trees uitgenodigd op het apéritief. Er moest, samen met nog andere kennissen, gevierd worden dat de klus klaar was. “Best goed gelukt,” zei Trees door de telefoon. Bij aankomst op hun terrein zagen we een mooie buiten-barbecue in de tuin staan, die al aangestoken was. Daarop werden een heleboel lekkere hapjes bereid, die onder het genot van de nodige wijn genoten werden.

“Nou,”  zei Kees toen we vroegen wanneer de reis naar Corsica zou gaan plaats hebben, “De klus is erg goed geslaagd deze keer, maar we hadden veel meer spullen nodig dan voorzien was. Bovendien was de betonmolen duurder dan eerst geraamd was. Daarom hebben we besloten hem te dopen. Kom maar kijken.” Inderdaad stond op de trommel van het apparaat geschilderd: CORSICA. De reis moet nog even wachten, we hebben Corsica nu in huis.” Het schilderwerk was verricht door Trees. Dàt kun je aan haar wel overlaten.


Een gevaarlijke carrière

Een carrière is in Frankrijk (behalve de in Nederland bekende betekenis) ook: een groeve of vindplaats, van  bijvoorbeeld steensoorten. Bij de aanvang van het schooljaar, “la rentrée”, werd op de school waar Olivier Riosset les geeft, aandacht besteed aan “Rentrée sous la signe de la chance” (Terug naar school onder het teken van het geluk). Op 4 september, op weg naar huis van school, trof Riosset een voorval bij het passeren van een carrière waar steen en grind worden gewonnen. Had hij geluk, of ongeluk, of had hij een engeltje op zijn schouder? 

 

Bij een carrière, langs een weg waar wij zelf ook regelmatig langs gaan, viel een rotsblok van bijna 80 kilo door de ruit en de deur rechts van zijn auto. De steen ging langs hem heen -gelukkig  zonder hem te raken- en kwam terecht op de achterbank, waar de linkerzijde van de auto vele centimeters naar buiten werden gedrukt. Tegenover de krant “Le Journal du Diois et de la Drôme” verklaarde Riosset, dat hij het rotsblok niet heeft zien of horen aankomen. Het gebeurde allemaal erg plotseling. Filosofisch vroeg hij zich tijdens het interview af of hij nu geluk had gehad of dat echt geluk geweest was dat zijn auto niet geraakt zou zijn. Wel achtte hij zich gelukkig,  nog ongeschonden in leven te zijn! De auto was total loss.

 

Door adequate actie van de gewaarschuwde politie en vervolgens de Subdivision de Die de l’Équipement, werd de weg snel afgezet. Deuken en gaten in het wegdek bewezen, dat meer stukken steen gevallen moesten zijn. Dit leidde tot kilometers omrijden via het volgende dorp Vercheny, voor de mensen die van Pontaix naar Barsac wilden of omgekeerd.  Voor ons was dat ook het geval, want wij hebben goede kennissen, die aan diezelfde weg wonen. Een ingeschakeld expertise-bureau stelde vast, dat op een hoogte van bijna 250 meter aan de rand van de rots, tussen de 5 en 10 m3 steen los geraakt was. Besloten werd de bergrand geheel te “zuiveren”, gedeeltelijk door stukken op te blazen. Dat werk begon op 9 september. Men hield er rekening mee, dat het twee weken zou duren. Over de rotswand zou ook een stalen beschermingsnet aangebracht worden.

Een brief van de conseiller général van het canton werd in de krant gepubliceerd. In die brief werd de Président van de Conseiller Général de la Drôme dringend verzocht een bijzonder krediet beschikbaar te stellen teneinde goede uitvoering van de werkzaamheden te verzekeren. De weg van Pontaix naar Barsac werd, als ik het mij goed herinner, op 23 september weer geopend. Bij de carrière is over enkele honderden meters een stopverbod ingesteld.     

 

Opmerking: Gegevens zijn deels ontleend aan de publicatie in le “Journal du Diois et de la Drôme“ van 12 september 2003. Het verhaal gonsde natuurlijk op 4 september al door het dorp. De foto’s maakte ik zelf  nadat de auto naar een garage in Die was afgevoerd.


Spelen met vuur
Onder een parasol in de tuin, voornaamste bezigheden: drinken en wachten op de koelere avond. Met 42°C was ‘t te warm om in huis te werken en te droog om in de tuin zinvol iets te doen. Plotseling zei Coby, mijn vrouw: “Ik ruik brand of rook!” Ongeveer 150 meter achter het huis, in het vlakke stuk, voordat de berg omhoog loopt, stond een man met een brandende tak een klein vuurtje groter te maken.  Hij deed dat kennelijk met opzet. Na twee seconden denken “wie is dat” en waarom hij letterlijk “met  vuur speelde”,  liep ik naar hem toe. Vòòrdat  ik er was kwam een auto aanscheuren, die dwars door het veld naar hem toe reed. Emile, de burgemeester,  sprong eruit. Hij schreeuwde: “Arrète, c’est défendu, c’est dangereux!” De man glimlachte dat het echt niet gevaarlijk was. Gelukkig had Emile een gsm in zijn auto. Hij belde de brandweer. Daarna ging hij meteen weg, om de brandweer, uit het 10 km verderop gelegen Die,  de weg te wijzen. Na 25 minuten kwam een brandweerauto, met snel erna een commandojeep,  die over de radio extra units vroeg. De brandstichter zag ik niet meer. Wèl waren veel mensen achter de brandweer aan gekomen. Het werd op onze kleine parking erg druk.
 
De brandweerwagens hebben water aan boord. Ze vernevelen dat , wat op branden een erg goed effect heeft.
Het bleek goed dat assistentie gevraagd was. De brand breidde zich (door de vrij harde mistral) snel uit en begon over een breedte van zo’n 60 meter ook tegen de helling van de berg op te klimmen. Snel was de eerste wagen leeg gespoten, zodat hij in het dorp water moest tanken. De arriverende assistentie bestond uit 6 soortgelijke wagens, plus een tankwagen waarop stond: 11200 litres. Onder de indruk was ik van de hoogte waarop de brandweerwagens tegen de berg op konden rijden. Al met al hadden ze ongeveer anderhalf uur nodig de brand uit te krijgen. Het krioelde nu van de mensen (in het dorp wonen er slechts 150). Ook de gendarmerie kwam er bij.  Een vrij heftig gesprek tussen de gendarmes en dorpsgenoten liep met een sisser af, waarna de blauwe auto weer vertrok. Van dorpelingen hoorde ik, dat de brandstichter 82 jaar oud was, dat hij vroeger DE “brander” was geweest die overal (ook op verzoek) randen en bermen schoon brandde. Maar  “Il perd sa raison”zei men en daarom was het goed dat de gendarmerie hem niet meegenomen had.
 
De volgende morgen,  bij uitschudden van het ontbijtlaken, zag Coby  (nu aan de andere kant van de weg ) opnieuw een brandje. Wij er op af. Dezelfde man.Nu wisten we wie het was.  Direct  zijn zoon Alain gebeld die één van de grotere wijnboeren is in de buurt. Die kwam in drie minuten met zijn Landrover naar ons toe. Hij schold zijn vader uit en stuurde hem weg, waarop pa in zijn eigen auto vertrok. Samen maakten wij het brandje uit. “Ik ben zò blij dat jullie mij gebeld hebben en niet de politie,” zei Alain, “ze hadden hem deze keer absoluut gearresteerd!”
 
In de periode daarna viel ons op dat het dorp een “bewaking”  had ingesteld, waardoor enkele keren per ochtend iemand kwam kijken waar de oude man aan het werk was en wat hij deed. Dit stelde Coby wel gerust. Later was er nog één keer een brandje van hem aan onze kant van de rivier, maar dat was middenin een groot veld, waardoor het weinig kwaad kon. Dat hebben we dus alleen op afstand in de gaten gehouden. Ik vind het nog steeds jammer, dat ik geen foto’s maakte van het blussen.

 


Water!
In onze put is het water even hoog als in de rivier. In de zomer is er slechts 7 cm water, te weinig! We wonen ver van het gemeentelijke net. Water heeft een slechte faam in Pontaix. Alle tot nu benaderde forageurs zeiden: “Pontaix, dat is mij te moeilijk”, of zoiets. Er was geen andere oplossing dan: dagelijks de kofferbak vol 5-liter-bidons bij de dorpskraan voltappen. Zijn er gasten, dan meermalen per dag. Het gaat al jaren zo.
 
Jaar 2001
De burgemeester gaf het adres van M. Clément, “die wil vast komen”. Inderdaad. Hij legt uit dat boren hier moeilijk is door de harde rotslaag een meter of 12 diep. Hij belooft dit weekend een offerte. Die komt na 14 dagen. Hij voorziet een boring van 50 m. Kosten zijn lager dan over 1½ km langs de weg een aansluiting op het dorpsnet. Dit jaar kan het niet meer; Clément heeft het druk. Hij komt in april. Opdracht wordt getekend, aanbetaling gedaan, alles oké.
 

Jaar 2002
We gaan in juni een paar weken naar Nederland. Ondanks herhaald bellen etc. is er niets gebeurd. Clément was ziek, heeft erge achterstand, maar zodra het kan komt hij! Op een zaterdag belt onze zoon Coert, elders in Frankrijk kamperend, ons op: Een e-mailtje meldde hem dat maandag het boren begint. Hij kan die dag tijdig het huis openen. Wij zelf kunnen pas op maandag uit Nederland weg.
Als we aankomen, is het erf een “chantier” geworden. BUITEN een vrachtwagen met de generator en een busje met materialen. IN de tuin de grote wagen met de boor-installatie. Overal slangen. Stapels buizen. We hebben geen tuin meer, maar een werkplaats.
 
Clément’s vaste ouvrier had een ongeluk, die zit thuis. Alleen werken is gevaarlijk, dus zijn Mme. Clément en dochtertje van 6 er ook. Dan blijkt koeling van de boor nodig. “Heeft u water?” vraagt Clément. Nee dus! Clément vertrekt en brengt dinsdag een remorque-citerne, die hij uit de rivier vult. De boor draait ´s middags weer! Woensdagmiddag bereiken we water op 30 m diep! Het komt omhoog tot 6 m onder ‘t maaiveld. Clément berekent een opbrengst van 5000 liter/h. Daar kunnen wij, zelfs met gasten, niet tegen drinken! Clément begint direct zijn spullen op te ruimen en in te laden. Er is nog géén verbinding van de put naar het huis! “Ik ben veel te laat. Mijn volgende klus moest al klaar zijn! Ik moet weg. Ik maak een offerte, de rest kan dan volgend jaar.” En ze gaan weg. Onze monden vallen open, als vrijdag Clément’s bus bij ons stopt en ze samen de tuin in lopen. “Het is op het nieuwe werk niet leuk. Mogen we hier komen lunchen?” Ze hebben alles bij zich. We verstrekken ze wel koffie en andere dranken! Na het eten vertrekken ze weer. We hebben ze nadien niet meer gezien. Wij willen niet wéér wachten en zoeken uit wat zelf kopen en aanleggen van pomp, hydrofoor en toebehoren kost. Marcel, een familielid, bricoleur “pur-sang”, komt met zijn gezin dichtbij kamperen. Hij ziet de klus helemaal zitten. Meer hulptroepen uit Nederland arriveren. Wij weten nu wat nodig is, kennen de kosten en beginnen snel. Iemand uit het dorp graaft machinaal een geul voor de leidingen. Een betonnen vloer onder de buitentrap bestemmen we tot bodem van wat gaat heten “de waterkast”, waarin alle voorzieningen, elektra, hydrofoor, isolatie enz. We maken lange werkdagen; er moet veel gebeuren. Marcel leidt de aanleg van buizen voor het water. Zelf breid ik de elektrische installatie uit. Iedereen werkt hard.
 
Op 1 september, heuglijke dag, hebben we (zéér koud) water uit de kraan! Vòòr ons vertrek naar Nederland is de waterkast klaar (zie schets). Volgend jaar (2003) leggen we de geiser aan. Kunnen we wàrm douchen!


La vogue de Pontaix
Voor de verjaardag van onze zoon op 16 augustus (in Nederland), planden wij ons vertrek voor 15 augustus. “Ja, hoor eens, nu wonen jullie in het dorp, je kunt het niet maken om bij de Vogue de Pontaix afwezig te zijn!” was het commentaar van Lily, één van onze vrienden.
 
Wat is een Vogue?
La Vogue blijkt HET jaarfeest van het dorp te zijn. Oorspronkelijk was het de viering van de naamdag van de (bescherm)heilige van het dorp. Nu is het de gewoonte het feest te vieren in een weekeinde, ongeveer half augustus. Ook naburige dorpen kennen vogues. Het getuigt van Frans praktisch inzicht, dat elk dorp zijn eigen datum heeft, zodat je altijd naar één of meer andere vogues toe kunt gaan. De hele voorafgaande week worden voorbereidingen getroffen. Het dorp wordt versierd. In de (smalle) Dorpsstraat worden parkeerverboden aangebracht. Grote borden verwijzen naar “Le Parking” net buiten de dorpskern bij een zijstraatje. Mensen die aan de Dorpsstraat wonen vergrendelen hun terrein of tuin met barrières om te voorkomen dat iedereen er in gaat lopen (of plassen). Op het plein voor de “Salle des Fêtes” wordt de “Buvette” (bar) opgebouwd. Op het hooggelegen deel van het plein worden de tafels opgesteld. Kortom: grote drukte. Velen helpen mee. Op vrijdagavond is het dansen voor de jongeren. Op het podium voor de “Salle des Fêtes” treedt een band op met harde rock-achtige muziek, maar ook met franse hits. De “Buvette”is open,  wat bijdraagt tot de feestvreugde. Tot ver in de nacht horen wij ( 1,5 km buiten het dorp) het geluid van de band.
 
Het Diner
Maar het echte feest is het DINER op Zaterdagavond, na de pétanque-wedstrijd . De tafels zijn gedekt. In het dorp wonen 120 mensen, maar er is gedekt voor wel 300. Per fles wordt wijn verkocht; dineren zonder wijn kan niet! Kaartjes voor deelname aan het diner kosten ongeveer € 6,00. Iedereen wil een plekje aan tafel, waar je goed overzicht hebt over het lager gelegen deel van het plein waar straks het bal (weer) begint. Neem dus vlug voldoende plaatsen in beslag! Later dan aangekondigd, als eindelijk iedereen zit, nadat nog extra stoelen en banken tevoorschijn zijn gehaald, begint het opdienen van het eten. Entrée is een gevulde halve meloen, Dan komen de grote schalen met frites en met mosselen. Men is niet krenterig, als je wilt kun je voor een paar dagen eten! Voor wie  niet van mosselen houden (zoals uw scribent) is er het alternatief  “Assiette Anglaise” met een keur van koud vlees. Heerlijk! Men praat, eet, lacht en drinkt. Als iedereen voldaan is of als de mosselen echt op zijn, komt de kaas. Ieder krijgt een verpakt kaasje. Tenslotte is er koffie voor iedereen, vergezeld van een ijsje.  
 

Bal
Inmiddels is het donker geworden. Er wordt nog veel gepraat, men loopt even naar een tafel, waar vrienden  zitten, men wacht op de muziek. Dezelfde band van gisteren  begint. De muziek davert over het plein. ”Que le bal commence!” Geopend wordt door “de kleintjes”. Kleuters die vermoedelijk nog maar net kunnen lopen, gaan de vloer op en dansen. Een prachtig gezicht! Geleidelijk loopt de dansvloer vol. Een grote deinende massa.  Mijn vrouw Coby danst met Piet, een andere Hollander die hier woont.
Lily, die aan tafel vlak bij mij zit te kijken, draait zich naar mij om en zegt: “Fred, une grande famille, n’est-ce pas?” Hij straalt.  Wij zijn blij, dat we ons vertrek iets uitgesteld hebben!
 
Uit: Frans Woordenboek  Frans – Nederlands  11e druk C.R.C.Herckenrath en A.Dory ; Bewerkt door Dr. H.R.Boulan Uitgave Wolters Groningen  1958:  Vogue  (v)  opgang, succes;  être en vogue, -opgang maken, in de mode zijn;


Soms valt het mee!
Niet iedere offerte wordt overschreden. Zelfs met meerwerk viel het eindbedrag mee.  ‘Bricoleurs, monsieur!’
 
Het huis dat wij kochten had veel leuks, maar ook een aantal minder prettige aspecten. , Vooral het dak leek aan vervanging toe.  Daarom spraken we met René, de plaatselijke aannemer. Hij had nu juist zijn bedrijf verkocht,  maar hij wilde met plezier voor oude kennissen adviseren.  De uitvoering van het werk zou gebeuren door het grotere bedrijf dat zijn firma had overgenomen. In de ogen van René was het dak ronduit slecht. Er was geklungeld door doe-het-zelvers met weinig tot geen  verstand van zaken. Bricoleurs, monsieur! Constructie te licht. Balken niet recht, enz.”
 
Afspraken
Enige tijd later kwam de offerte. Iets boven de begroting, maar we gingen akkoord. 
Om alles rond te krijgen voor ons vertrek naar Nederland, (uiterlijk begin oktober), werd begin september als begindatum aangehouden. Op 15 september, na enkele telefoontjes zowel met René en de nieuwe aannemer, was er nog niets gebeurd. Ik ging er zelf maar eens heen om uit te vinden of we nog op de planning stonden. “Ah, mais oui, absolument, mais il y a aussi des autres chantiers, n’est-ce pas?”
Met moeite kreeg ik van  René de toezegging los, dat 22 september het project ‘sans faute’ van start zou gaan.  Alles zou niet langer dan ca. twee weken in beslag nemen. Op de bewuste dag  gebeurde er wéér niets. Telefoon:  “Demain, c’est vrai!”. En jawel, om half acht stonden ze voor de deur. Met een vrachtwagen, een hooglader (voor de afvoer van oude pannen etc.) en drie man sterk. De eerste kant van het oude dak was er snel af. Daar begon men direct met de opbouw van het nieuwe dak. Er werd er hard gewerkt. Vroeg beginnen, niet te lange middagpauzes en doorwerken tot 18:30 uur.
 
Ondanks meerwerk lagere factuur
Op mijn verzoek versterkten de werkers eveneens het plat bovenaan de buitentrap en ze brachten voor de inmiddels aangeschafte oliekachel tevens een tweede schoorsteen aan, die vanaf beneden doorliep naar de eerste verdieping en boven hert dak uittorende. Het kon allemaal.  Na ruim twee weken was de oplevering. We waren dik tevreden. De avond daarna kwam René aanrijden. Toen de borrel op tafel stond, vroeg hij: “Heb je die offerte nog? Ik heb namelijk de factuur, Je had nog wat meerwerk ook, hè? Vergelijk dat  nu eens met de offerte!” Hij was duidelijk voldaan.  Tot mijn verbazing was het factuurbedrag lager dan dat van de offerte.  Grinnekend voegde hij toe: “Wees nou maar blij, dat we even gewacht hebben met de start van het werk. Op 15 september is de T.V.A. (BTW) voor werkzaamheden aan oude gebouwen van het hoge tarief naar het lage tarief gegaan!”.  Dat scheelde ongeveer 10 procent op het totaal. “En nou moet je nooit meer tegen mij zeuren als het even wat langer duurt!”  Zei hij tenslotte. Daarop heb ik de glazen nog maar eens vol geschonken.


Franse logica
Fransen gaan filosofisch om met het begrip tijd

Philippe
Het voorval speelde zich jaren geleden af. Mijn vrouw en ik zorgden al enkele jaren voor het huis in de Drôme. 
Het huis is eigendom van kennissen, die er slechts in hun eigen vakantie gebruik van maken. Maar omdat het al oud is, waardoor er altijd wel iets te repareren of te onderhouden valt, leek het onze kennissen een aantrekkelijk voorstel om tijdens hun afwezigheid het dagelijks beheer van huis en tuin aan ons over te laten. Zelf hadden we geen werkverplichtingen meer en na jaren vakantie in Frankrijk waren we van het land gaan houden.  We gingen dan ook graag op hun voorstel in. Zo leerden we Philippe kennen. Een jongeman uit het dorp, die ons buitenlanders machtig interessant vond. Vaak kwam hij ons na zijn werk op stukjes akker in de buurt ons even opzoeken en  “un sirop” drinken.  We leerden veel van hem over het dorp en de omgeving.
 
Wachten
Die dag was Philippe er ook. We stonden op het terras in afwachting van de loodgieter. Er was een probleem met de waterleiding dat ik niet had kunnen oplossen.  Na verschillende vruchteloze pogingen  had ik in het naburige stadje een afspraak gemaakt met de loodgieter. Hij zou om twee uur ’s middags bij ons zijn. Het was inmiddels al bijna half drie. Ietwat gespannen tuurde ik het weggetje af. Door de helling was ik in staat ieder voertuig op een kilometer afstand te ontdekken en met mijn ogen te volgen.  “Hij zal toch wel komen, Philippe?”, vroeg ik in mijn beste Frans. Daarop sprak Philippe de wijze en voor mij historische woorden:  “Als je zijn auto ziet, dan komt hij!” Hij kwam inderdaad, ongeveer drie kwartier later.
Zo werkt het met afspraken in La France. En de waterleiding? Die heeft hij keurig gerepareerd.


Nieuwe buren
Enigszins haastig kwam Yvette, onze buurvrouw van “Le Devant de la Chaux”,  700 meter verderop, onze tuin inlopen. “La maison est vendue!” riep ze opgetogen. Het had een poos geduurd, maar nu zouden ze dus kunnen verhuizen.  In het grote huis van Yvette en Jean-Michel woonde ook zijn oude moeder.  Een probleem vormde de leeftijd van die dame, waardoor ze de trap naar de woonetage niet meer kon “nemen”,  zodat ze in haar eigen kamertjes in het souterrain moest vertoeven zolang ze binnen was. Een ander huis was al uitgekozen, jammer genoeg een heel eind bij ons uit de buurt, want we wilden eigenlijk die aardige mensen helemaal niet kwijt.
 
Na onze gelukwensen met de geslaagde verkoop had Yvette gelukkig al enige informatie over de kopers, die  dus naast ons zouden komen wonen: “Het zijn mensen uit België, die al een tijd in Frankrijk wonen. Ze hadden eerst bouwplannen in een dorp niet ver hier vandaan, maar dat is om de een of andere reden afgeketst. Toevallig kwamen ze in Pontaix terecht en troffen dat ons huis te koop is. Ze hoefden er niet erg lang over na te denken. Met het gevolg dat het  ‘Compromis de vente’ al getekend is. Wij moeten het huis in Juni opleveren. En weet je nu wat het leukste is? Ze vinden het erg prettig om Nederlanders als buren te krijgen, omdat ze daardoor de kans hebben om het Vlaams niet te verleren.”
 
Inmiddels wonen  Joseph en Pia in het grote huis. Met die nieuwe buren kunnen we gelukkig ook méér dan goed opschieten! Met elkaar spreken ze Frans, met ons meestal Nederlands.  We lopen de deur niet bij elkaar plat, maar we zien ze zeer frequent en nemen bij afwezigheid de zorg voor de andere tuin en het andere huis over en weer op ons. 
 Natuurlijk moet er ook af en toe geproefd worden, of  de drank nog goed genoeg is om er iets van te nemen.
 
Wanneer we in Nederland zijn is er ook regelmatig contact per telefoon, fax en/of e-mail. 
En tenslotte is het voor ons toch wel erg gemakkelijk om nu van hen vertaal-hulp te kunnen krijgen als er weer eens ambtelijke of notariële paperassen met moeilijke Franse zinnen in de brievenbus liggen. 
  
Bijlage:
2 foto’s van “Le Devant de La Chaux”  (het  buurhuis)


Avenue des Champs Elysées
In de tijd ven één winter legde de overheid een nieuwe weg naar het huis aan.
 
‘We zien morgen wel’
 Die najaarsnacht gutst de regen op het land en het krachtige onweer houdt ons uit de slaap. De stroom valt herhaaldelijk uit. Het deert ons niet; morgen zien we wel of er schade is. De volgende ochtend wordt er op de deur geklopt.  Het is het paardenmeisje, dat de paarden van Madame G. voert. Deze dame heeft tachtig paarden (promenade à cheval) , die ze op diverse weilanden laat grazen, waaronder één vlak bij ons huis. “Bent u al naar beneden geweest? U mag wel oppassen, want met de auto komt u er niet meer langs. Een gedeelte van de weg  is naar beneden gestort.” We bedanken haar voor de waarschuwing en met in iedere hand een emmer paardenvoer loopt ze de weg af en verdwijnt al snel uit het gezicht, doordat de weg zich als een spiraal om de berg slingert. 
 
‘Le maire’ als boodschappenjongen
We  nemen zelf poolshoogte.  Halverwege zijn drie naaldbomen verdwenen. Ze stonden op de rand en zijn in het  circa 15 meter diepe dal terecht gekomen. In hun val hebben ze bijna de halve breedte van de weg meegesleurd. Daarbij zitten er scheuren in het wegdek over een lengte van zo’n 50 meter.  Het lijkt inderdaad niet vertrouwd om hier te rijden. Telefonisch melden we de burgemeester ons probleem. Ons dorpje, een half uur lopen van het huis, heeft geen winkels. Boodschappen haal je in het stadje 10 km verder. Binnen een uur staan de ‘maire’ en zijn ‘adjoint’ voor de deur.  Zij hebben hun auto geparkeerd vóór de door de natuur  veroorzaakte wegversmalling. Het laatste stuk hebben ze gelopen. Hij verbiedt ons om met de auto langs de gevaarlijke plek te rijden. Eerst moet er een deskundige van het  departement komen. Wel biedt hij aan om boodschappen voor ons te halen. We geven hem een lijstje mee met het hoogstnoodzakelijke: brood, boter en drinken. Voor het overige kunnen we ons  met de ‘vriezervoorraad’ redden. Diezelfde middag komt de ‘overheid’ onze bestelling afleveren. 
 
Maatregelen
De dag erna arriveert de geologische dienst voor het opnemen van de schade aan berg en  weg. Er wordt druk gepraat en grote peilstokken komen uit een auto. Even later verschijnt de ‘maire’. We zoeken hem op, maar het  rappe, technische gesprek is net iets te veel voor ons. Zoveel is  duidelijk:  de weg is volstrekt onbetrouwbaar.   Vele grotere verschuivingen kunnen volgen. Er zal langs de andere kant van de berg, waar rotsgrond is, en niet ver van het huis, een compleet nieuwe weg aangelegd moeten worden.

Eigen risico
“En mijn auto dan?” vraag ik, “die kan ik toch niet hier laten tot er een nieuwe weg zal zijn? En hoe moet ik straks naar Nederland, zonder auto?” Na veel gedelibereer, na opgave van het gewicht van de auto enz., besluit men dat we één maal voorzichtig naar beneden mogen rijden, op eigen risico. “Als de auto er langs is, dan nooit meer naar boven!” krijgen we te horen. Heel voorzichtig, zo dicht mogelijk tegen de bergkant, rijd ik naar beneden langs de smalle plek. Iemand er voor en iemand er achter om te inspecteren. Er is nog maar 15 cm weg tussen auto en dal en er valt opnieuw een stukje omlaag. Het lukt en voor de rest van ons verblijf laten we de auto op het veilige gedeelte staan. Vanaf daar gaan we lopend naar huis.  Dagen lang sjouwen we met boodschappen,  ‘mazout’ enz.  Het inpakken van de auto bij ons vertrek is een ‘uitdragerij’ van flessen (bestelde) wijn, koffers en overige bagage.  
      
Nieuwe weg
Bij ons volgende verblijf, is tot onze verbazing de nieuwe weg klaar. Een weliswaar steilere, maar ook kortere verbinding tussen het huis en de weg door het dal! En niet zo maar een weg. In het dorp spreekt men van de “Avenue des Champs Elysées de Pontaix”!